Op weg naar de Parador van Oropesa

Daar zitten we dan, voor de eerste keer in onze achtjarige Spaanse loopbaan, hebben we vannacht geslapen in een echte Parador. De Paradores in Spanje zijn een begrip, er zijn er inmiddels 97 en allemaal zijn ze staatsbezit. Het gaat om paleizen, kloosters en allerlei andere historische gebouwen die zijn verbouwd tot luxe hotels die van alle gemakken zijn voorzien. De Parador de Oropesa in de provincie Toledo is de eerste, geopend in 1928, dus dit jaar wordt het 90-jarig bestaan georganiseerd. We zijn meteen lid van de Paradores geworden en na deze eerste nacht hebben we al besloten dat we dit vaker gaan doen.

We zijn gisterenmorgen op het gemakje thuis vertrokken, voorzien van kleding en toiletspullen voor een week en reden de voor ons bekende route richting Ríopar via Elche de la Sierra in de Comunidad Castilla-La Mancha. De eerste koffiestop nemen we al bij het ons bekende wegrestaurant voor Hellín, we zijn er al op tijd bij. Dat geeft ons de ruimte om verder lekker een aantal uren door te rijden, want de sanitaire stop hebben we gehad. Wat een prachtig gebied toch, allemaal rode aarde, hoge bergen, grijze rotsen en slingerende wegen. Vanaf daar gaan het richting Ciudad Real, maar natuurlijk kiezen we voor landelijke wegen in plaats van grote snelwegen . Bij Valdepeñas maken we een omweg door de stad om bij een grote Lidl de volgende plaspauze te nemen en te bevoorraden voor een picknick.

We besluiten die ergens onderweg te houden, maar je moet niet denken dat we ergens langs de weg een picknickplaats zien of een handig dorpspleintje. Welnee, we kruisen dwars door Ciudad Real, waar we al eerder eens waren en rijden dan weer het open gebied in. Eindeloze velden met graan, we zien nog ergens een molen die we kennen vanuit de verhalen van Don Quichote, maar verder is het vooral een aaneenschakeling van lange wegen, rustige dorpjes en prachtige vergezichten. Rond drie uur hebben we toch echt heel veel trek en stopt Albert de auto op een open stuk voor in het maïsland. We eten een heerlijk broodje met brie en salami en als toetje hebben we bosvruchtenyoghurt. De maïs staat trouwens wel twee meter hoog en we zien al snel dat er behoorlijk besproeid wordt. Kan ook niet anders, want het is hier nog steeds dik 30 graden en in de zomer is het bloedverzengend heet in het Spaanse binnenland.

We slingeren verder en zien dan op nog geen tien minuten van onze stop een groot stuwmeer, wat verklaart waar al dat water vandaan komt voor de maïs én natuurlijk zijn daar een paar picknickplaatsen met uitzichtpunten. Te laat 🙂 Het landschap verandert, er komen steeds meer van die prachtige uitgestrekte vlaktes met geel, verdord gras of graan, waar het stro al vanaf is en waar van die mooie lage bomen in staan, waar het vee onder kan schuilen. Dehesa, zo worden ze hier genoemd en het doet me denken aan de mooie route van Chowchilla binnendoor naar Yosemite. Albert zegt me zelfs dat hij terugdenkt aan dat ene wegje in Amerika waar we met de auto bijna zo´n stuwmeer inreden in zo´n zelfde landschap. Moest ik hem toch vertellen dat dat ook hier was 🙂 Maar wat ik maar wil zeggen: het heerlijke gevoel van road trippen in de USA, dat hebben we hier ook.

Op een gegeven moment zien we steeds koeien en eerlijk is eerlijk, we ruiken ze ook! We zien een dorp met overal koeien op kleine vieze stukjes grond, in een soort open stallen en het heeft er net geregend. Die regen gecombineerd met de geur van mest en vee, werkelijk, ik ben wat gewend, maar wat een smerige stank. Het hele dorp is vergeven van de vieze stallen met vee. Niet te harden!! We zijn blij dat we eruit zijn. Ga nooit op vakantie naar Menasalbas. Het is vies!

Het gaat verder en verder en op een gegeven moment wijken we af van de door mij geplande route, omdat de groen gemarkeerde route (die zoek ik op!) ook aangegeven staat als ´carretera en mal estado´. Laten we de ellende niet opzoeken, als de officiële wegenkaart al zegt dat het slecht is … We gaan dus via een andere mooie route, maken onderweg nog ergens foto´s van een oude burg en rijden dan richting Oropesa, naar ons hotel. Het is echt een plaatje zoals we zo vaak al gezien hebben. Vlak landbouwgebied, geel verdorde vlaktes en op de achtergrond een imposante bergketen. De Sierra de Gredos, maar die is voor mijn volgende blog, want daar hebben we vandaag getoerd.

Het hotel bereiken we via hele krappe straatjes in een eeuwenoud stadje en als we door de grote poort op de binnenplaats komen, wacht ons een prachtig oud paleis. Ooit bewoond door de beroemde Hertog van Alva, die Nederland wilde afpikken vroeger! We kregen een mooie kamer met uitzicht op de bergen met twee enorme bedden, een zitje en een bureau en dronken daarna wat op het terras met uitzicht op de binnenplaats. Ik was moe, voelde me echt niet fris meer en baalde enorm van een aantal gasten die zich volgens mij plotseling royalty voelden of zo. Wat een kakkers, allemaal Franstalig trouwens. Laat ik meteen zeggen dat het er vandaag allemaal een stuk vrolijker en gezelliger aan toe gaat!

We aten prima in het restaurant van het hotel waar we een tafel kregen met wederom geweldig uitzicht en rond half elf ging het licht volledig uit bij ons. Mijn hielspoor hield me af en toe aardig wakker vannacht, baal ik van, maar met een pilletje en een half uurtje lezen, vond ik toch uiteindelijk ook mijn rust. Mijn mannetje? Die was moe, maar voldaan, kwam de nacht door zonder pijnstillers en dat is een uitzondering. Ik ga me zo storten op de dag van vandaag, maar ik denk niet dat we dat voor het eten nog gaan redden …

6 gedachten over “Op weg naar de Parador van Oropesa

Reacties vinden wij erg leuk!

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.